INTERVIEWS LEDEN PAROCHIEBESTUUR     <=terug

Parochie De Goede Herder is gezegend met een groot aantal vrijwilligers. Niet de meest opvallende wellicht, maar ook niet de meest onbelangrijke onder hen, zijn de bestuurders van de parochie. Sinds hun benoeming in 2011 maken zij zich op velerlei vlak hard voor een goede toekomst van de geloofsgemeenschap. Belangrijk daarin de versterking van de samenwerking tussen de deelgemeenschappen en dus ook versterking van de parochie in zijn geheel. In een serie artikelen presenteren de bestuurders zich - om verder te bouwen aan warme contacten in onze parochie. Deze artikelen verschijnen in de bladen van de deelgemeenschappen of in het parochiemagazine Kerk aan de Waterweg en worden tevens op deze website gepubliceerd.

 
Parochiebestuurder Jos Cobben:

Humor overwint een hoop hindernissen

Jos Cobben is de tweede parochiebestuurder die we hier kort willen portretteren. Net als Hans Stout werkt hij aan de versterking van de parochie, in zijn geval in het bijzonder de samenwerking tussen de vrijwilligers van de verschillende deelgemeenschappen.

Jos Cobben is een bevrijdingskindje (anno 1946). Hij is de oudste van vijf kinderen: drie zussen en een broer. De broer vraagt wat meer zorg en begeleiding.
Of er een verband ligt tussen dat feit en Jos' levensinstelling, wie zal het zeggen. In ieder geval houdt Jos van een gulle lach, van een kwinkslag, een woordgrap. 'Humor overwint een hoop hindernissen', zegt hij. En dat is ook in het parochiewerk nooit weg. 'Zeker waar je werkt met vrijwilligers is humor een manier om iets voor elkaar te krijgen.'
Maar een maniertje zal het nooit worden, daarvoor is Jos te veel Jos, gaat het verlangen naar een lach, naar het lichter maken van omstandigheden te diep. En er is meer. Een werkgever roemde Jos ooit om zijn taaiheid en zelf noemt hij zich oplossingsgericht. 'Ik ben praktisch ingesteld en werk graag richting een uitkomst.'

Jos bracht zijn jeugd door in Amsterdam. Hij zat op de Prinsengracht op de broederschool. ‘In die tijd had je echt nog drie rangen in het onderwijs: dat voor de hoge stand, voor de gewone kinderen en de klompenschool.' Het laat zich raden tot welke school de broederschool hoorde. In ieder geval liep daar een onderwijzer rond die het gogme?? inzicht had om Jos in de zesde klas te vragen: “Wil jij ook niet het onderwijs in?”
Dat wilde Jos wel. Clou was alleen dat de lerarenopleiding ook een voorportaal was voor de vorming van religieuzen. Het was een kostschool, in het Brabantse Oudenbosch. Jos ging, naar de Mulo en de Kweekschool en was vervolgens als onderdeel van zijn opleiding zelfs in Indonesië, waar hij godsdienstles gaf.
Negen maanden hield hij het daar vol, toen trok Nederland te sterk. Hij kwam terecht in Rotterdam, bij het Afrikaanderplein op Zuid. 38 Jaar zat hij vervolgens in het onderwijs: in Rotterdam, in Delft, in Wateringen en De Lier. Het mooiste vak dat er is: 'Mensen zien opgroeien en kunnen begeleiden in hun jonge leven.' Geweldig. 25 Jaar op school was Jos directeur - toen nog “hoofd”.

In Rotterdam kwam Jos Els tegen, in het jeugdwerk. Ze zijn ondertussen veertig jaar getrouwd, hebben twee kinderen: een zoon in Capelle en een dochter in Turkije. Dat is soms handig, soms onhandig, want er worden kleinkinderen geboren. 'Heerlijk om opa te worden. Ik vind het echt leuk; heel anders dan vader worden.' En met het vliegtuig zit je er zo.
Sinds een jaar of wat heeft Jos zijn werk in het onderwijs ingeruild voor een nieuwe droomcarrière:  op de taxi. Gewoon, om niet stil te zitten. 'Ik rij graag, en die dagen op de taxi heb je boeiende gesprekken met mensen.'
Dat doet hij in Maassluis, de eerste stad aan de Waterweg waar hij in 1977 ging wonen. Kort daarna al werd hij actief in de parochie. 'In eerste instantie werd ik gevraagd voor het parochieblad.' Daarna volgden de pastorale raad, twee keer een periode van vier jaar in het kerkbestuur. Hij ging voor in avondwakes en later ook op zondag, na een opleiding tot gebedsleider. 'Een overweging maken, dat is echt een opdracht. Ik zeg altijd: ik verkondig niet, dat is werk voor de priester. Ik overweeg. Ik wil de mensen in de viering zich laten afvragen wat we kunnen met de schriftlezingen. Ja, en een glimlach helpt ook hierbij.' Mensen vinden dat Jos het “persoonlijk” doet en weten zich met regelmaat “geraakt”.

In het parochiebestuur wil Jos zich laten gelden door visie in te brengen. Hij ziet een duidelijk onderscheid tot het instituut kerk en het geloof. 'Soms gaat het kriebelen als je leest wat er allemaal in en over de kerk gezegd wordt. Tsjonge jonge, wat een gekkigheid. Heeft niets meer met ons paasgeloof te maken. Maar als ik lees en hoor wat onze nieuwe paus zegt, dan geeft dat hoop. Wat mij betreft gaat het erom dat we ons geloof vieren. In een rijke liturgie, met respect voor de juiste wijze, maar het gaat om het vieren.'

(interview gepubliceerd in november 2013)


<=terug