H. LIDUINA VAN SCHIEDAM     <=terug

Liduina van Schiedam (Sint Liduina, Lidwina of Liedewij) is een katholieke heilige, patrones van de chronisch zieken, schaatsers en de stad Schiedam. Ze is geboren op 18 maart 1380 en na een 38-jarig ziekbed op 14 april 1433 gestorven.

Meer over Liduina:
Website Liduinabasiliek:
 www.liduinabasiliek.nl
Website H.Hartkerk: www.heilighartkerk.nl
Sint Liduina Commissie Schiedam (deze commissie heeft nog geen eigen website. Reeds verschenen nieuwsbrieven kunt u vinden op beide bovengenoemde websites en op deze site van parochie De Goede Herder.)

Liduina werd geboren op Palmzondag en groeide op in een gezin met acht broers.
Op 12-jarige leeftijd werd ze ten huwelijk gevraagd, maar ze wees dit aanbod resoluut af omdat ze haar leven aan God wilde wijden. Op 15-jarige leeftijd ging ze samen met vriendinnen schaatsen op de dichtgevroren Maas. Ze viel en brak daarbij een rib, waarna ze koudvuur opliep. Ze bleef hierdoor de rest van haar leven verlamd en aan bed gekluisterd.

Zij maakte grote indruk op de vele bezoekers die zij kreeg en vooral op chronisch zieken voor wie zij een grote troost was. Velen kwamen opgemonterd bij haar vandaan. Haar lijden uitte zich in stigmata en zij was een voorbeeld van heldhaftig lijden en de liefde van God tot de mensen.

Liduina beleefde visioenen en waarin zij samen met haar engelbewaarder Rome, het Heilig Land, hemel, hel en vagevuur bezocht. Tijdens één van haar reizen naar het paradijs zag zij een rozenstruik. Haar engelbewaarder gaf haar hiervan een tak en vertelde haar, dat ze niet zou sterven voordat alle rozen ontloken waren. Pas na achtendertig jaar lijden, kwam er een eind aan haar leven. Ze zag in haar visioenen een bloeiende rozenstruik en stierf.

Op 17 april 1433 werd Liduina op het kerkhof van de Sint-Janskerk in Schiedam begraven. De kist werd niet in de aarde gezet en ook niet met aarde bedekt. De kist stond op balken die dwars over de bodem van het graf lagen.

Liduina had uitdrukkelijk verzocht haar stoffelijk overschot niet met aarde in contact te brengen, omdat zij zelf lange tijd geen voet op de grond had gezet. Op haar sterfplek werd een kapel gebouwd.

Thomas a Kempis beschreef haar leven in zijn Vita Lidewigis. Ook de vijftiende-eeuwse prediker Johannes Brugman ('Praten als Brugman') schreef over haar een hagiografie.
Haar relieken bevinden zich thans in de Basiliek van de H. Liduina en Onze-Lieve-Vrouw van de Rozenkrans in Schiedam. Sinds haar overlijden is haar graf een oord van pelgrimage. Op 18 juni 1990 werd de Liduinakerk tot basiliek verheven door paus Johannes Paulus II.

(bron: wikipedia)




<=terug