Christelijk, maar niet gelovig

Christelijk zijn maar niet gelovig, dat kan alleen maar in Nederland. Anderen vinden, dat als je christelijk en gelovig bent, je weer te zwaar bezig bent. Dat is hetzelfde, als dat iemand, die aan het verkeer deelneemt en zich netjes aan de regels houdt, als te zwaar wordt gezien, omdat hij de regels niet wil overtreden. Ik heb het zelf ervaren. Er is een lange straat, waar je maar 50 kilometer mag rijden en elke keer als ik door die straat rijd, zitten er auto’s dicht op mijn bumper om de regels te overtreden, omdat zij harder willen rijden. Ik vraag me af, of deze mensen de boetes ook voor mij gaan betalen, als ik me aan hun snelheid ga aanpassen. Je hebt ook extreme fanatiekelingen in het geloof. Die denken dat ze een ander mogen veroordelen, die niet zo zwaar gelovig is als zij. In de stoel van God gaan zitten, noem ik dat.

Ik sprak laatst met een extremistisch gelovig figuur en ik zei tegen hem: “Als jij vindt dat wij jouw god beledigen, waarom komt hij zelf niet iets doen. Jij hoeft het toch niet voor hem op te nemen, want hij is toch God volgens jou”. Dit verhaal doet me denken aan Gideon, die het altaar van de Baälgod omver had gegooid en vernietigd. Toen kwamen ook de Baäldienst- knechten om Gideon te doden. De vader van Gideon zei tegen deze figuren: “Waarom komt jullie god niet zelf naar Gideon. Als hij god is, dan kan hij toch zelf Gideon aanpakken.

Er zijn heel wat figuren die mij niet christelijk vinden, omdat ik regels niet wil overtreden die zij wel overtreden. Ik drink geen alcohol, ik rook niet, ik ga niet vreemd, ik vloek niet en ik wordt bijna nooit boos. En als ik boos word, ga ik eerst even afkoelen, voordat ik weer verder ga met mijn gesprek. Laat mij het maar zo zeggen tegen de mensen die christelijk zijn, maar niet gelovig: “Ik ben gelovig, maar niet christelijk”.