Home Algemeen Agenda Gorzenklok Web-kapel Geschiedenis Kerkgebouw Vr.Stichting


HUIDIGE STATIES VAN A. VAN DER PLAS     <=terug

De 14 huidige kruiswegstaties zijn gemaakt door beeldend kunstenaar Adrianus van der Plas. De techniek die hij bij deze staties gebruikte is: mozaïken van stukken beschilderd glas. Sinds 1959 sieren deze staties de H.Hartkerk. (De foto´s van met name de eerste zes staties zijn flets. Zodra er betere foto´s beschikbaar zijn, worden deze vervangen.)
Voor een krantenartikel over Adrianus van der Plas, klik op: Eerlijk, ook in de kunst (De Tijd 2-2-1959)

Voor de Open Deur van april 2009 hebben onze pastoraal werkende Lidwien Meijer en pastor Victor Bulthuis een aantal mediterende teksten geschreven. Deze zijn onder de onderstaande kruiswegstaties opgenomen. (Lidwien Meijer schreef de even teksten, Victor Bulthuis de oneven teksten.)

Statie-1: Jezus wordt ter dood veroordeeld en uitgeleverd

‘Toen droeg Pilatus Jezus aan de hogepriesters over om hem te laten kruisigen’ (Johannes 19, 16)
‘Oordeel niet, opdat je niet geoordeeld wordt’, hield Jezus ooit zijn leerlingen voor. Wel, daar staat hij dan, wachtend op zijn vonnis. Achterover leunend op zijn machtszetel, ziet de rechter de beklaagde aan, onaangedaan. Voor hem staat, zo zou je kunnen zeggen, de onschuld in eigen persoon. De rechter weet het, maar kijkt er wel voor uit zijn vingers eraan te branden. In plaats daarvan koelt hij ze in wat hij zelf onschuld noemt: iets om mee te spelen, iets wat als water dat door je vingers glipt. Weloverwogen neemt hij een loopje met de onschuld, vertroebelt en bevuilt hij haar. ‘Ik vind geen schuld in hem, maar als jullie hem schuldig achten, kruisig hem zelf dan maar.’ Wat kan hij anders zeggen dan dit: zoek het zelf maar uit! Hij verschuilt zich achter zijn oordeel dat geen oordeel is – voor de beklaagde maakt het geen verschil.

God die wij rechtvaardig noemen,
op ontelbare wijzen wordt dag aan dag
de onschuld bezoedeld, vernederd, veroordeeld.
Roep in herinnering het beeld van uw mens,
geboren in Adam maar geschonden geraakt,
tot het werd herschapen in Jezus Christus,
die niemand oordeelt maar elk van ons liefheeft.



Statie-2: Jezus krijgt het kruis op zijn schouders geladen

‘…hij droeg zelf het kruis naar de zogeheten Schedelplaats, in het Hebreeuws Golgota.’ (Johannes 19, 17)
Veroordeeld tot de kruisdood is Jezus. Hij zal die uiterst pijnlijke dood sterven die duizenden ondergaan in zijn landstreek, ten tijde van de Romeinse bezetting. Misdadigers, verzetsstrijders, opstandige slaven.
En zelf moet hij dat zware kruis dragen, op zijn gegeselde rug, de berg op, naar Golgota, schedelplaats. Een laatste gang over een grillige, steile weg.
Hij ziet onder ogen dat dit lot onafwendbaar is als hij trouw wil blijven aan zijn levensweg, aan zichzelf, aan zijn Vader God.

God, die wij Geestkracht noemen,
wij allen hebben ons eigen kruis te dragen op onze levensweg.
Soms gaan we eronder gebukt, valt het ons zwaar.
Wilt U ons helpen de weg van ons leven te aanvaarden,
in lichte, vreugdevolle tijden én in donkere periodes.
Geef ons de moed om in verzet te komen,
als situaties onaanvaardbaar zijn.
Geef ons steeds weer de wijsheid
om daarin juiste beslissingen te nemen. Amen.



Statie-3: Jezus valt onder het kruis

‘Sta op, neem je bed op en loop.’ Waar zou de man gebleven zijn die hij met deze woorden de kracht in zijn benen teruggaf? Stel je toch voor dat die man tussen de opeengepakte mensenmassa staat en moet toezien hoe zijn geneesheer van toen zelf niet meer op zijn voeten kan staan. Wat een gezichtsverlies zal dat zijn. Hoewel, er zullen vast velen staan toe te kijken die ooit door hem van hun ziekte of kwaal werden verlost. Waar is in godsnaam de kracht gebleven die hij ooit bezat om mensen op te richten? Weggelekt tussen de straatstenen − zijn handen tasten ernaar, maar vinden slechts stof.

God die wij onze helper noemen,
soms gaan mensen op hun gezicht,
door eigen schuld of door die van anderen.
Dat zij zich niet verslagen voelen,
maar genezen van wat hen verlamt.
En voer ook ons, als wij zonder uitzicht zijn,
terug naar uw weg, de weg ten leven.
Amen.



Statie-4: Jezus ontmoet zijn moeder

Maria komt Jezus tegemoet. Zijn moeder was trots op hem. Ze verwonderde zich dikwijls over hem. Van wie heeft hij dit toch, zal ze soms gedacht hebben.
Ze begreep hem niet altijd, maar ze bleef hem trouw. Ze zag hem groeien, ze zag hem stralen. Ze zag hoeveel mensen hij bereikte. Wat heeft ze een rijke tijd met hem beleefd.
Wat is ze vaak ongerust geweest, als hij zei wat niemand anders durfde te zeggen. Ze heeft zijn boosheid gezien, zijn verontwaardiging. Dikwijls kwam hij in botsing met het gezag en dat is hem ten slotte noodlottig geworden. Nu ziet ze hem in zijn donkerste uren, van vernedering en pijn. Waar ze zich zorgen om maakte, dat gebeurt nu… Ze raakt hem voorgoed kwijt, denkt ze.
Even staan ze daar samen. Hij pakt haar handen. Kijk me nog eens aan, moeder, zal hij gevraagd hebben. Dan ziet Jezus haar in de ogen. Hij ziet haar diepe verdriet, wanhoop, machteloosheid. Hij kan niets zeggen. Hij kan haar niet troosten.

God, die wij licht in onze duisternis noemen,
wij bidden U voor al die moeders en vaders
die hun kinderen zien lijden, aan een ziekte, aan het leven.
Voor ouders die hun kinderen niet kunnen bereiken,
die hen niet begrijpen.
Voor allen die hun kind moeten verliezen aan de dood.
Om kracht en volharding
Om medemensen die bij hen blijven.
Om nieuw licht. Amen.



Statie-5: Jezus wordt gesteund door Simon van Cyrene

‘De soldaten dwongen een voorbijganger die net de stad binnenkwam, Simon van Cyrene, de vader van Alexander en Rufus, om het kruis te dragen.’ (Marcus 15, 21)
Zo schiet het natuurlijk niet op. Een man wordt uit de menigte gegrist: ‘Jij daar, meehelpen! Opschieten!’ Simon is zijn naam, van sjema: luisteren, verhoren. Wat kan hij anders doen dan gehoor geven aan het bevel dat hem gegeven wordt? Heeft hij soms een keus?
Daar heeft hij de balk al op zijn schouder, daar voegt hij zich al in de moeizame gang van de veroordeelde. Gaandeweg vergroeien zijn benen met die van hem, torst hij het hout als in een omarming. Hij kan de man voor hem niet in het gezicht zien, maar diens afgewende gelaat raakt hem dieper dan ogen ooit zouden kunnen. Zo worden onder dezelfde last twee lichamen en twee zielen één.

God die wij barmhartig noemen,
overal ter wereld gaan mensen door de knieën,
terwijl anderen aan de zijlijn staan.
Maar er zijn er ook die dit niet kunnen aanzien
en andermans lasten helpen dragen.
Geef hen kracht en uithoudingsvermogen,
en geef ons de moed om hen na te volgen.
Amen.



Statie-6: Jezus´ gezicht wordt afgewist door Veronica

Veronica, ze staat daar tussen al die anderen, die grote menigte aan de kant van de weg.
Ze ziet Jezus langs komen, strompelend, ze ziet hem bloeden, zweten.
Ze voelt zich machteloos. Wat kan ze doen? Wat kan zij nú doen, zo in het voorbijgaan? Ze kan toch niet niéts doen, denkt ze, maar niemand doet wat. Iedereen staat daar maar… als aan de grond genageld.
Veronica doet het misschien in een opwelling. Met een doek − haar omslagdoek? − droogt ze vol zorg zijn gezicht. Ze geeft wat ze kan geven, en dit heeft hij nu het meeste nodig. Het is een groot geschenk. Veronica blijft achter met haar doek. Het gelaat van Jezus staat erop afgebeeld. Zijn geschenk aan haar.

God, die wij Getrouwe noemen,
op onze levensweg komen we allerlei situaties tegen.
Help ons daarbij te doen wat gedaan moet worden.
Help ons tranen te drogen, wonden te helen,
onze stem te laten klinken bij onrecht en geweld.
Geef ons voldoende rust om in aandacht te leven.
Maak ons krachtig en moedig in het volgen van ons hart. Amen.



Statie-7: Jezus valt wederom onder het kruis

‘Mijn juk is zacht en mijn last is licht.’ Met deze woorden nodigde hij mensen uit om hun toevlucht tot hem te nemen.
Ze versplinteren onder het kruishout dat hem op de schouders is gelegd. Vandaag klinken ze als platvloerse woorden van een gevloerd mens. Want als dit zijn juk is, dan zou je wel gek zijn hem achterna te lopen. Een doornhaag van mensen omgeeft hem, onzichtbaar voor hem die niet eens meer in staat is zijn hoofd op te richten. Hoe velen daarvan zouden zich nog zijn volgelingen durven te noemen? In ieder geval overheersen de schreeuwende stemmen: ‘Opstaan, je bent er nog niet!’

God die wij onze vertrooster noemen,
te veel mensen gaan dag aan dag gebukt
onder de last van hun leven,
de last van ziekte en eenzaamheid,
de last van rouw en verdriet.
Geef dat zij er niet onder bezwijken,
maar de kracht vinden om verder te gaan.
Amen.



Statie-8: Jezus ontmoet wenende vrouwen

‘Een grote volksmenigte volgde Jezus, evenals enkele vrouwen die zich op de borst sloegen en over hem weeklaagden.’ (Lucas 23, 27)
Ze zijn ontzet, ze zijn er kapot van. Al die jaren hebben ze hem gevolgd, op zijn tochten door het land. Hij heeft zoveel verteld, wat hebben ze veel van hem geleerd. Wat is hun leven sindsdien veranderd. Ze hebben samen gegeten, ze hebben zich zo verbonden gevoeld met hem, en met die drommen mensen die hetzelfde beleefden. Ze hebben gezien hoe hij vrouwen en mannen kon genezen, weer rechtop zette; hoe hij iedereen wist te inspireren met zijn woorden; je kreeg nieuwe ruimte, om vrij te ademen.
Ze zagen hem in triomf Jeruzalem binnengaan, kort geleden. Nu zien ze hem strompelen en zwoegen, met het kruis op zijn gegeselde rug.
Hij staat bij hen stil en spreekt hen aan. Hij denkt aan hun moeilijke levens, aan alles wat hen kan gebeuren in deze tijd van bezetting. ‘Huil maar niet om mij’, zegt hij. ‘Blijf bij jezelf, denk aan je kinderen, denk aan je toekomst’. Dan zegent hij hen. Ga met God.

God,
wees met uw troost en kracht
bij al die mensen die iemand verliezen aan de dood,
die een leeg gat voor zich zien.
Help hen open te staan voor de liefdevolle nabijheid van hun naasten,
opdat zij de toekomst weer tegemoet durven treden.
Wees bij de mensen die troost bieden,
die de moed hebben dicht in de buurt te blijven van hen die rouwen.
Geef hen kracht en geduld om te spreken en te luisteren. Amen.



Statie-9: Jezus valt ten derde male

‘De vossen hebben hun holen en de vogels hun nesten, maar de Mensenzoon heeft zelfs geen steen waar hij zijn hoofd op kan laten rusten.’ Wel, kijk eens om je heen: de straat heeft stenen in overvloed. Maar als je, zoals hij, neerligt onder de staander van een kruis, heb je de kracht niet meer om eens goed om je heen te kijken. Misschien maar goed ook, want dan zou hij kunnen zien dat zijn afgang compleet is. Driemaal is scheepsrecht. Dat hij straks aan het kruis zal hangen dat bovenop hem ligt, voegt daar eigenlijk niets meer aan toe. Hij kan net zo goed hier blijven liggen, met zijn hoofd op de stenen.

God die wij onze weg ten leven noemen,
soms komt ons leven ons voor als richtingloos,
of zitten wij volkomen op dood spoor.
Doe ons dan het geluk ervaren van alledag,
waarin U verborgen aanwezig bent.
Laat ons weer smaak vinden in het leven,
en doe ons ervaren dat U met ons meetrekt.
Amen.



Statie-10: Jezus wordt ontkleed, gelaafd en verdoofd

‘De soldaten verdeelden zijn kleren onder elkaar door erom te dobbelen.’ (Lucas 23, 34)
Ontluistering, vernedering, als ze hem van zijn kleren ontdoen, de bedekking van zijn lichaam. Er wordt met hem gedaan, gespeeld, gespot. Er is niemand die dit kan tegenhouden. De wonden, de striemen zijn zichtbaar. Niets is nu meer verhuld, alleen zijn gedachten kan hij nog verbergen. Wat denkt hij op dit moment? Kan hij nog denken? Ziet hij wat ze doen met zijn kleding, ziet hij ze dobbelen om zijn jas?
Naakt kwam hij ter wereld. Naakt gaat hij zijn laatste uren in.

God van liefde,
wij bidden voor alle slachtoffers
van grote en kleine vernederingen.
Mensen die beroofd worden van hun waardigheid,
door pesterij, misbruik, dwang.
Dat zij zich toch gedragen weten door U,
gesterkt door uw liefde. Amen.



Statie-11: Jezus wordt aan het kruis gespijkerd

‘Ze kruisigden hem..’ (Marcus 15, 24)
‘Als iemand achter mij aan wil komen, laat hij dan met zichzelf breken, zijn kruis opnemen en mij volgen.’ Wie ter wereld zou bij het zien van dit alles nog op die uitnodiging willen ingaan? Gelooft deze vertrapte, tot op het bot vernederde mens zelf nog in die woorden? Iemand volgen wiens levensweg het kruis als eindpunt heeft, is er een doodlopender weg denkbaar? Wat kan hierna nog volgen? Zo dadelijk zal hij worden opgericht, zo dadelijk zullen de laatste woorden klinken van hem die zo gewend is aan het toespreken van mensenmenigten: ‘Het is volbracht.’ Een zucht van verlichting, maar zonder uitzicht.

God die wij onze bevrijder noemen,
ontelbare mensen vinden in onze wereld de dood,
naar lichaam of naar ziel.
Zo vaak lijkt de uiterste grens bereikt,
lijkt het leven voor eens en al het onderspit te delven.
Leer ons verder te zien en verder te gaan dan het kruis,
en help ons de dood te overwinnen.
Amen.



Statie-12: Jezus sterft aan het kruis

‘…”Het is volbracht.” Hij boog zijn hoofd en gaf de geest.’ (Johannes 19, 30)
Misschien leeft in de omstanders nog de hoop op een wonder, een ommekeer, hij heeft wel meer dingen laten zien die niemand kon begrijpen.
En het kán toch niet waar zijn, dat deze mens, die zo volop in het leven stond, dat juist hij…
Maar er gebeurt geen wonder. Hij spreekt nog enkele woorden, woorden die verwondering wekken. Hij vraagt zijn Vader God om vergeving, voor diegenen die hem dit hebben aangedaan. ‘Want ze weten niet wat ze doen’, zegt hij. Het is ze niet aan te rekenen, ze weten niet beter.
‘Het is volbracht’, zijn zijn laatste woorden in het evangelie van Johannes. Zijn taak hier op aarde is voltooid; alles is gezegd, gedaan. Hij buigt zijn hoofd… hij is dood.
Die paar mensen die hem niet verlaten hebben, daar bovenop de berg, zien het gebeuren. Zijn moeder, de vrouwen, zijn meest geliefde leerling Johannes.
Het wordt donker, zegt het verhaal. En het voorhangsel in de tempel scheurt doormidden.
Zijn dierbaren voelen zich ook verscheurd van verdriet, van machteloosheid. Alles doet pijn.

God, die wij Barmhartige noemen,
uw Zoon Jezus sterft,
zoals wij allen sterven,
stoffelijk zijn we, vergankelijk.
Geef dat dorheid en dood ons niet beheersen.
Maak dat we steeds meer leven in uw licht,
verbonden met uw liefde en barmhartigheid,
waaraan Jezus trouw bleef,
tot op het einde. Amen.



Statie-13: Jezus wordt van het kruis genomen

Een kind keert terug tot zijn moeder. De schoot die het heeft voortgebracht, draagt het opnieuw. De cirkel is rond – maar op cynische wijze. Veel heeft deze moeder om haar kind moeten doorstaan, sinds het moment dat het onder goddelijk gesternte geboren werd. Waar hij ging, is zij hem gevolgd, tot aan het kruispunt van de dood. Van moeder is zij geworden tot zijn meest toegewijde leerling. Welke moeder kan dat van zichzelf zeggen? Maar wat is daar allemaal van over, nu hij de zuigelingensluimer heeft verruild voor de slaap van de dood? Ooit wiegde zij haar kind als de lichtst denkbare last, nu is het of zij de wereld torst.

God die wij zorgzame vader en moeder noemen,
overal ter wereld moeten ouders ervaren
wat het is om een kind te verliezen.
De dood van een kind verduistert de toekomst.
Doe allen die rouwen om de dood van hun kind
uw troostende liefde ervaren die Gij koestert
voor ons mensen, uw kinderen.
Amen.



Statie-14: Jezus wordt in het graf gelegd

‘Josef nam het lichaam mee, wikkelde het in zuiver linnen en legt het in het nieuwe rotsgraf dat hij voor zichzelf had laten uithouwen.’ (Matteüs 28, 59)
Met liefde en zorg wordt hij omringd, door hen die hem het meest nabij zijn. Ze balsemen zijn lichaam, met mirre, wat hij als pasgeborene ontving als geschenk. Hij wordt in doeken gewikkeld, zoals ook gebeurde na zijn geboorte in die stal te Betlehem.
Zijn dierbaren beseffen, het is voorbij. Hij is er niet meer. Ze plaatsen een grote, zware steen voor het graf, alsof ze definitief een punt zetten achter dit bewogen leven.
Het wordt doodstil.

God, die wij de Eeuwige noemen,
we bidden voor allen die hun geliefden omringen,
naast hen blijven tot over de dood heen,
hen koesteren en eren.
Help ons te beseffen dat de dood het einde niet is,
dat de steen wordt weggerold,
dat het licht zich altijd weer een weg baant door alle duisternis.
In dat vertrouwen, met dat verlangen
vervolgen wij nu onze eigen levensweg.
Amen.



<=terug