Home Algemeen Agenda Gorzenklok Web-kapel Geschiedenis Kerkgebouw Vr.Stichting


LEZING WIM ADOLFS 1930     <=terug




Personalia:
Adolfs Willem F.J.H, 41 jaar, geboren 28-03-1903 te Amsterdam,
zoon van W.F Adolfs en P.A Deumers, ongehuwd, kunstschilder.
Laatst woonachtig: Groeneweg 37a, Ermelo.
Overleden 10-01-1945 te Neuengamme, begraafplaats Concentratiekamp Neuengamme.
Kamp-nummer 56490.
(Deze gegevens zijn overgenomen van de internetsite van de Stichting Oktober 1944)



Onderstaand artikel is verschenen in de Nieuwe Schiedamsche Courant van donderdag 12-6-1930.

DE BESCHILDERING VAN DE GORZENKERK
Eenvoud van lijn en kleur
Verheven symbolische beteekenis
LEZING DOOR DEN HEER W. ADOLFS

     In de nieuw gerestaureerde zaal van het parochiehuis hield de kunstschilder W. Adolfs gisteravond een uiteenzetting over de schildering der kerk, waaraan hij op het oogenblik werkzaam is.
     Het lag geenszins in de bedoeling van den heer Adolfs, een diepgaande lezing te gaan houden over de schilderkunst, hij wilde meer een gemoedelijke uiteenzetting geven van al het mooie en verhevene, wat er in de muurschildering te zien is.
     Toen spr. de opdracht kreeg om de kerk te schilderen, gin hij aan het fantaseeren. En in zijn gedachten maakte hij een rijke grootsche schildering in de H. Hartkerk. Maar ... alleen in gedachten, want zijn plannen waren veel te rijk voor een eenvoudige kerk als die van de Gorzen. Later is hij echter weer aan het denken en overleggen gegaan en een nieuw plan werd met den pastoor besproken. Dit laatste plan wordt nu uitgewerkt.Eenvoud is de hoofdfactor in deze schildering. Alleen de eenvoud spreekt recht tot het hart. Toch mocht die eenvoud weer niet "goedkoop" worden, want het is het Huis Gods, dat men gaat sieren. Het doel van een kerkschildering is toch: devotie en godsdienstzin op te wekken. En het doel moet den boventoon voeren boven de kunstzinnigheid. Het moet vooral leerend zijn. In de catacomben had men geen kunstenaars, en toch waren er voorstellingen. Met woorden alleen is alles niet uit te beelden. Een voorstelling gaat er bij den mensch toch zoo goed in. Vooral op het gebied van godsdienst.
     Reeds in de oudheid had men voorstellingen uit Christus' leven. Natuurlijk waren er ook bloemen als versiering. En de menschen begrepen toen veel duidelijker de beteekenis van die bloemen: het was dus niet louter versiering, zooals dikwijls tegenwoordig de bloemen worden gebruikt. Er moet gewaakt worden, de zinrijkheid te bewaren.


Steigers in de Heilig Hartkerk voor het vervaardigen van de muurschildering. Tijd: begin jaren dertig.

     De schildering van deze kerk is gebaseerd op de Apocalyptus. Zooals men weet stelt ze Johannes' visioen van den hemel voor. God gebruikte bij dit visioen allerlei menschelijke voorwerpen om voor Johannes menschenoog de hemelsche glorie duidelijk te maken. Zoo werd God voorgesteld als een oud en eerbiedwaardig man, grootsch en machtig gezeten op een troon. Een regenboog spant er onder als een brug tusschen hemel en aarde; een boog van barmhartigheid. Onder dien boog staan een 24-tal figuren, de 12 Apostelen en de 12 zonen van Jacob. Vóór den troon branden zeven lichten: de zeven gaven van den H. Geest. En in die zeven lichten zweeft nog een duif: de H. Geest. En daaronder een lamp op een nieuw altaar, een altaar van goud. Op de hoeken van het altaar bevinden zich vier horens, gevuld met bloed. Misdadigers, die zich met dat bloed konden besprenkelen, waren vrij.
     Onder de twaalf Apostelen vinden we de vier Apocalyptische ruiters: op het witte paard: de Christus, de overwinnaar, dan het roode met den Oorlog, het zwarte met den Hongersnood en het vale met den Dood. Aan de andere zijde vinden we den strijd van Michael met den Draak. Dan heeft men aan weerskanten een altaarstuk voorstellend de H. Maagd met de Wijze Maagden aan den eenen, de H. Liduina aan den anderen kant.
     Al deze voorstellingen sluiten geheel in elkaar. En het geheel past zich weer aan bij het kerkgebouw. De kerk was van baksteen, daarom moet het baksteen blijven; de architectuur mocht niet verstoord worden. Noodelooze achtergronden zijn achterwege gelaten. De menschenfiguren zijn iets meer dan levensgroot en het geheel heeft als hoofdvorm een kruis, dat zich weer aanpast aan het altaar en de beiden heiligenbeelden.


Detail van de hierboven afgebeelde ansichtkaart. Vaag is Wim Adolfs op de foto te zien, terwijl hij werkt aan de linkerzijde van de Apocalypsschildering; de 12 apostelen. Van de door Adolfs gemaakte altaarstukken van het leven van H.Liduina is alleen het altaarstuk onder het Mariabeeld geplaatst.

     De voorstelling mag niet teveel boeien, te veel trekken; ze moet even de aandacht vragen en dan den beschouwer terugvoeren tot het doel waarvoor hij kwam: het gebed. Zij mag niet afleiden. In sommige kerken is zelfs beschildering rond het altaar vermeden. Hier was het echter noodig omdat het ruwe achtervlak te somber was. Deze massale wand is nu weggewerkt.
     De kleuren hebben hun grootste diepte en warmte bij het altaar, om de oogen naar het centrale punt te trekken. De figuren zijn vrij vaag: het ging hier niet om de uitbeelding van een menschelijke gestalte, maar om de symboliek tot uiting te brengen. Wel worden ze fijner naarmate zij lager komen.
     Het materiaal is een verfsoort, die nog weinig gebruikt wordt, doch die zeer duurzaam is en alle eigenschappen van olie- en waterverf in zich vereenigt.
     Om weer terug te komen op de schildering zelf, de voorstelling van God den Vader is grootendeels wit gehouden, symbool van de Eenheid. Het lam beteekent het Offer, en als teeken van macht heeft het zeven horens en zeven oogen. Het getal zeven duidt op de volledigheid. Zoo ook bij de zeven lichten.
     Onder het Lam ziet Johannes een drama zich afspelen. De wereldgeschiedenis, geschreven op een boekrol, die geheel afgerold is. Op deze rol staan zeven teksten, de Openbaringen. Niet al deze teksten zijn aanschouwelijk voorgesteld. Mogelijk komt dat later nog. De apostelen en Jacobs' zonen zijn voorgesteld met hun eigen attributen, terwijl onder ieder van hen de naam voorkomt.
     In de altaarnis komt de voorstelling van Christus met zijn Bruid, de H. Kerk. Het geheel is geschilderd in de kleuren, die daarvoor waren aangegeven en op den vlakken muur is dit tot een goede oplossing gekomen.
     Nu komt de belichtingskwestie. Schiep het geelachtige licht in de kerk eerst een aangename sfeer, thans nu de wanden niet meer kaal zijn komen de kleuren minder goed uit. Deze moeilijkheid zal later nog onder de oogen moeten worden gezien.
     De vloer is ook symbolisch betegeld. Rond den binnenkant van de banken liggen zwarte tegels, ten teeken van ingetogenheid en naar voren wordt de vloer gaandeweg lichter van kleur.
     De heer W. G. Th. Jansen, voorzitter van de Propagandaclub, die dezen avond organiseerde, dankte de heer Adolfs voor zijn duidelijke en bijzondere, interessante uiteenzetting.

<=terug